Pindah* kopen

Over ons

De ontstaansgeschiedenis van PINDA*, nu PINDAH*

Er bestaat, al heel lang, zoiets als een Indische Heerenclub. Daar wordt veel besproken en ook ideeën komen regelmatig langs. Vaak zijn het ‘vogels in de lucht’. Maar niet altijd. Omdat van de leden van de ‘club’ een deel deel uitmaakt van de mediawereld, zoals Ricci Scheldwacht (journalist) en San Fu Maltha (filmproducent maar in het verleden ook als marketing manager betrokken bij tijdschriften, zoals HP en HP/De Tijd), werd er gedacht aan een magazine. Het was in 2019 ongeveer vijf jaar geleden – maar ook al eerder werd er oriënterend gesproken – dat Ricci , San Fu en Simon Jacobus (bladenmaker) hun tour d’horizon begonnen langs mogelijk geïnteresseerde uitgevers. Dat zouden er uiteindelijk wel vier blijken te zijn. Allemaal geïnteresseerd maar allemaal wilden ze rond zo’n idee ook een organisatie. En ook wilden ze de mogelijkheid om het, als het zou aanslaan, vaker uit te brengen. Want het financiële risico van een tijdschrift is – zeker in dit digitale tijdperk – erg groot. Toen het duidelijk werd dat er zo’n organisatie nodig was (omdat uitgevers steeds afhaakten maar ook met het oog op eventuele subsidies) werd de Stichting Indomedia opgericht. Naast een onbezoldigd bestuur dat alle risico’s droeg, werden ook professionele bladenmakers met ervaring op gebied van eindredactie en vormgeving aangezocht. Want een idee om een blad te maken is maar een idee, voor een magazine als PINDAH* was wel méér nodig.

Subsidie voor één nummer van PINDA*

De subsidie – van VWS – kwam er nadat deze was aangevraagd door de Stichting Indomedia. Maar zo’n subsidie kan – net als zovele andere subsidies – alleen aangevraagd worden voor een kortlopend project. Vervolgens is het aan te vragen bedrag gelimiteerd. Omdat de makers van PINDA* een professioneel magazine voor ogen stond was het aangevraagde en toegekende bedrag voldoende voor één editie.

Subsidie voor één nummer betekent niet dat er op termijn maar één nummer zou kunnen verschijnen

De stichting was in principe bereid om bij succes een volgende uitgave niet uit te sluiten. Het Nederlands-Indische erfgoed kan immers alleen blijven bestaan wanneer ook de moeilijk bereikbare jongere generaties zich aangesproken zouden voelen. Daarbij kan zo’n vaker uitkomend magazine – en website – helpen. Stichtingsbestuur en de door hen benoemde hoofdredacteur Ricci Scheldwacht verschilden van mening over nut en noodzaak van een mogelijke volgende uitgave. Besloten werd deze discussie pas aan te gaan nadat het resultaat bekend zou worden van de eerste uitgave. Standpunten kunnen veranderen – inmiddels weten we dat dit niet zo is – maar ook is het altijd denkbaar dat bij een vervolg iemand anders uit het team het stokje van hem zou overnemen. Zoiets gebeurt regelmatig, ook bij veel gerenommeerde tijdschriften.

En toen was er die subsidie

Door een inspanning van het hele team van makers werd de formule van het blad vervolgens verbreed, die formule was in de oorspronkelijke opzet beperkter. Met de VWS-subsidie werd het mogelijk om de kosten van schrijvers, fotografen, vormgevers, illustratoren en de gehele redactionele organisatie te dekken. Redactionele kosten zijn maar een deel van de kosten van een magazine, veelal worden ze begroot op ca. 40 procent van het geheel. Dan blijft er een aanzienlijk bedrag over waarmee de kosten voor druk, distributie, marketing en de rest van een uitgeeforganisatie, moeten worden gedekt. Dat is het risico van de uitgever. Dat zo’n uitgeefrisico – ondanks de subsidie – nog altijd groot is bleek ook wel: op het laatste moment ging het bijna alsnog mis.De inmiddels gecommitteerde uitgever had second thoughts, juist vanwege de financiële risico’s.Terwijl het blad al bijna klaar was voor de drukker moest halsoverkop de zoektocht worden hervat. En dat lukte. De Stichting Indomedia ging een samenwerking aan met MIMM B.V., die sinds 1985 bij tal van tijdschriften is betrokken en direct kennis en ervaring meebracht als het gaat om druk, distributie, marketing en online-verkopen. MIMM werd de uitgever, de stichting zou zich op de achtergrond bezighouden met het bewaken van de formule, het erfgoed.

En de rest is geschiedenis

Of toch niet? PINDA* bleek een flink succes maar dat was op voorhand niet te voorspellen. Hoe dan verder?

De naam, wel of niet? Doorgaan, ja of nee? Een onderzoek

Natuurlijk wisten uitgever, stichtingsbestuur, hoofdredacteur en rest van de redactie al bij de start dat de gekozen naam, PINDA*, veelbesproken zou worden.

Scheldwoord of geuzennaam?

De meningen over deze door Ricci Scheldwacht bedachte naam bleken flink verdeeld. Maar ook kwamen er honderden verzoeken om snel tot een volgende uitgave te komen. Op de website en op Facebook publiceerde uitgever MIMM daarom een poll waar iedereen zich kon uitspreken.

De uitslag van het onderzoek was overtuigend

Maar liefst 92 procent kijkt uit naar een vervolg. Slechts 5 procent zag een vervolg niet zitten. Maar 17 procent ziet dan wel graag een andere naam. Natuurlijk kun je zeggen dat 17 procent een kleine minderheid is maar de makers vinden dat, wanneer je een ongemakkelijk gevoel eenvoudig kunt vermijden, je naar een alternatief kunt zoeken. Zeker wanneer mensen binnen de Nederlands-Indische gemeenschap pijn gedaan wordt door de oude naam.

PINDA* is nu PINDAH*

Die alternatieve naam – PINDAH* – komt tegemoet aan beide groepen. PINDAH betekent verhuizen en staat symbool voor de migratie en de verbinding met Indonesië. En die daarbij in het Nederlands hetzelfde wordt uitgesproken als de oorspronkelijke naam.

Hoe nu verder?

De Stichting Indomedia wilde graag een vervolg – en kon MIMM overtuigen – en inmiddels is PINDAH* er. Deze tweede uitgave kwam er zonder subsidie omdat MIMM als uitgever bereid was opnieuw risico’s te nemen. Met dát verschil dat die risico’s – door het succes van PINDAH* – nu wat inzichtelijker zijn hoewel de corona-problematiek toch nog een onverwachte factor werd. Ricci Scheldwacht bleef bij zijn besluit dat hij alleen hoofdredacteur wilde zijn van één uitgave, San Fu Maltha werd zijn opvolger in 2020 maar het grootste deel van het team achter PINDAH bleef in stand. De kwaliteit van de bijdragen is gewaarborgd door een combinatie van bestaande medewerkers én veel nieuw talent dat zich heeft aangemeld. 

Back to top button
%d bloggers liken dit: